Doornokse steen 2000
atelierzicht_gent

Klaar Cornelis - Publicaties

Contact
Publicaties
C.V.
Brons bochtje
Brons_5

Drie kunstenaars in Het Vijfde Huis

...De werken van Klaar en Jan-Pieter Cornelis tillen deze tentoonstelling naar een hoger niveau. Klaar is beeldhouwster en werkt in brons en Balegemse steen. De bronzen sculpturen lijken op grove stukken schors die van een boom zijn verwijderd en waar afgietsels van zijn gemaakt.

In de galeriehangt - tegen de hoek van een deurstijl - zo'n "bronzen schors", een heel subtiel werk en toch aanwezig in de ruimte.

Nog mooier zijn haar stenen beelden. In ruwe blokken brengt ze gladde, bijna geometrische vormen en een fijn ritmisch lijnenspel aan. Ze haalt haar inspiratie uit de natuur, maar verwijst er niet rechtstreeks naar. Misschien zijn de stenen beelden wel een soort fossiel, als herrinnering aan een observatie...

Pieter Geerts - Gazet Van Antwerpen, 2007

 
Klaar is beeldhouwer. Ze houwt beelden. Door te hakken, te beitelen en te zagen in Ierse arduin of Balegemse steen. Of ze giet brons. Een industriële bezigheid, dat laatste. Een oeroude stiel, het eerste. Allebei hard labeur.   Ze kon ook virtuele beelden maken aan een pc. Dat doen veel hedendaagse kunstenaars. Maar nee, ze verkiest hard labeur.

Alleen al zo’n zwaar blok arduin verplaatsen en rechtzetten vraagt krachtpatserij en/of kennis.  

Hard labeur, zware arbeid --zo denken wij in onze nutstijden-- moet ergens voor dienen. Het moet iets nuttigs opleveren. Maar Klaars werk is nutteloos, haar beeldhouwwerk dient het nut niet. Je kan haar beelden niet gebruiken, niet aanbidden, ze dienen niet ter versiering. Klaar houwt beelden uit kennelijke noodzaak.

De archetypische beeldhouwer, de beeldhouwer aan wie we denken als we het woord “beeldhouwer” horen, is in de cultuur die de meesten van ons hebben meegekregen, Pygmalion : de Cypriotische prins uit de Griekse mythologie. De vrouwen om hem heen had hij zoveel zien zondigen, dat hij dan maar zijn eigen, ideale vrouw beeldhouwde. Dank zij de godin van de schoonheid en de liefde, Aphrodite, kwam het beeld tot leven, de ideale Galatea werd zijn prinses.  

Daar was het de Grieken om te doen: de goddelijke, ideale vormen die ze in hun dromen zagen, veruitwendigen, in de wereld zetten. Moderner gezegd: een uitwendige vorm geven aan de begrippen die onze hersenen aanmaken, in ons hoofd. Begrippen als schoonheid en goedheid, die ideaal lijken doordat ze van het toeval, het contingente, zijn ontdaan, hersenspinsels dus eigenlijk. Het heeft wel prachtige beelden opgeleverd: schutters, atleten, goden en godinnen.

Klaar doet, denk ik, iets dat daarop lijkt, maar ontdaan van idealisme. Al 15 jaar lang is ze ermee bezig, groei uit te beelden. Stengels en schors, basten, en stronken, floëmen ook, zoals ze het noemt. Ze legt groei vast. Ze fossiliseert het idee van groei. En ze doet dat - zoals ik al zei - graag in Balegemse steen of Ierse arduin.

Balegemse steen is tientallen miljoenen jaren geleden gevormd, in de vorm van zwerfkeien, met mineralen omgeven. Stille getuigen van een leven dat wij ons niet kunnen voorstellen, er waren ook geen mensen. Steen die door mensen is gebruikt om vele kerken in de Scheldestreek mee te bouwen.

Ierse arduin, Petit Granite, zoals hij ook wordt genoemd, is kalksteen die is gevormd toen onze continenten nog Euramerika en Gondwana heetten. Het is afbraakmateriaal van de Caledonische bergen, vermengd met allerlei organismen van die tijd, resten van beesten en planten. Het is de tijd waarin de eerste vissen op het land kropen en amfibieën werden. Dat is Klaars geliefde materiaal.

Klaar maakt beelden van het leven, van de groei, van evolutie die nooit stopt, aangestuurd door toeval en selectie. Ze doet dat uit resten van groei en leven van zo lang geleden dat we het ons niet kunnen voorstellen.

Ze doet dat in haar eentje, schijnbaar. Schijnbaar, zeg ik, omdat haar werk één en al dialoog is. Met de werkers in de zandgroeve van Balegem bv. Wim en Pascal heten ze. Ze hebben haar geleerd hoe ze met de 60 cm dikke steen moet omgaan, hoe ze hem kan verplaatsen, ze hebben haar de techniek van het kappen bijgebracht. Haar nieuwste werk is ontstaan nadat, en misschien wel doordat, de mensen van de groeve haar een prachtige steen aanboden.

Dialoog met het materiaal zelf ook. Want de de witte of rode Balegemse, met zijn grillig samengeklitte mineralen, en breekbare en stugge plekken, stelt eisen en biedt mogelijkheden. Het materiaal bepaalt, samen met de ideeën, de blik en de hand van Klaar, de vorm van het kunstwerk.

En dialoog met ons. Wij, die alleen maar in bewondering en verwondering kunnen kijken, tasten en associëren, bij Klaars sobere, bijna romaans aandoende beelden. Ze lijken nu al oeroud, en zullen dat nog vele duizenden jaren blijven.

Ik beeld mij nu al in, hoe een verre nazaat van ons, zich via haar beelden, een beeld zal proberen te vormen van wie wij waren, die zonderlingen van de 21ste eeuw.    

Werner Trio - Openingswoord ter gelegenheid van een aperitiefconcert, 2009    

Arduin1997
Doornikse seen 1997

Sculpturen Van Klaar Cornelis en Jean-George Massart bij Galerie Colle

Natuurlijk, artistiek dubbelspel.

De kracht van de natuur blijft verbazen en inspireren, zelfs in deze hoogtechnologische tijden. Al is die onmiddellijke inpact van die natuur in onze contreien, op de jaarlijkse terugkomende overstromingen en de occasionele aardbeving na, vrij beperkt. Dat laten Klaar Cornelis en Jean-George Massart niet aan hun hart komen. De beeldende kunstenaars die momenteel samen tentoonstellen in de Gentse galerie Jan Colle, kiezen resoluut voor een "groene" thematiek en natuurlijke materialen. Elk op hun manier vertrekken ze vanuit de natuur, en gaan ze aan de slag met organische en geometrische vormelementen.

De sculpturen van Klaar Cornelis (°1962) springen niet meteen in het oog. Het is alsof de minimalistische beelden uit arduin, Doornikse en Balegemse steen al jarenlang deel uitmaken van de galerie. Zo natuurlijk en organisch ogen ze, ondanks hun geometrische vormelementen. Bij een grondiger inspectie blijken de vormentaal en de materiaalkeuze van de Gentse kunstenares complexer en intrigerender dan eerst gedacht.

C. L. Journalist - Zone 09, 2003

De klaarte van Klaar Cornelis

De beelden van Klaar Cornelis zijn sober, ascetisch, nederig en ontdaan in hun niet-opdringerige monumentaliteit. hun afgeknotte vertikaliteit is veeleer romaans dan gotisch. Ze openbaren een hunkering die hun "bestaansgrond" niet ontkent. Integendeel.
Ze blijven dicht bij ons en nodigen ons uit om hun ruwe zachtheid van hun huid te betasten, om hun gestold groeiproces met al onze zintuigen te bevragen in hun vergeestelijking. Het zijn vastgehouden momenten in een genese die zich buiten hen verder lijkt te voltrekken.

Ze zijn veel meer verwant met stengels dan met stammen. Hetgeen niet betekent dat ze rechtstreeks naar de natuur verwijzen. Ze zijn in hun verstening zelf natuur geworden, in die zin dat ze de materie (arduin, Balegemse steen en brons)vanuit haar inwendigheid en geslotenheid een eigen beeldende kracht geven.

Klaar Cornelis schept autonome sculpuren. Via allerlei fijnzinnige inkepingen voelen we hun binnenwerk, beluisteren we de stem van hunzwijgzame niet te achterhalen groei. Klaars werk heeft een klaarte die vanuit de dingen komt, een tot de handen sprekende "fossiele licht" (om de woorden van Jos de Haes te gebruiken). Haar beelden verdonkeremanen het proces van hun schepping niet, ze maken het leesbaar zonder hun mysterie prijs te geven. Hun aanwezigheid is hun inhoud. Hun vanzelfsprekendheid hun geheim.

Roland Jooris, schrijver, dichter - 2001

Cataloog van stof tot Asse

Voor Klaar Cornelis blijft de natuur een onuitputtelijke bron. Door haar steeds hernieuwde groeikracht levert de natuur inspirerende principes en motieven, die door middel van steen, klei, was en houtskool vorm krijgen.

Als beeldhouwster uit Klaar Cornelis zich zowel via het arbeidsintensieve steenkappen als in het zachte modelleren van was of klei. De laatste jaren werkte ze vooral met verticale vormen, veelal in een tweeledigheid. We zien twee sterk gelijkende vormen die net niet aanleunen, de ruimte ertussen brengt contrast en stelt beide onderdelen in staat zich te profileren. De steen, bleke Balegemse steen of donkere arduin, wordt heel subtiel bewerkt, sporen van beitels geven richtingen aan en scheppen een denkbeeldige band tussen de verschillende delen.

Bijzonder boeiend wordt het wanneer we dit thema terug zien opduiken in de bronzen figuren. Eenzelfde tweeledigheid, terug een net-niet aanleunen…Met een groot gevoel voor materie wordt het thema herdacht en herwerkt. De kneedbare was laat een zeer gevarieerd oppervlaktespel toe, een gegeven waar Klaar Cornelis zeer bewust voor kiest. Vanuit een sterke vertrouwdheid met de materie speelt ze in op het toevallige karakter van de brute geut. De oneffenheden van het modelleren en het doelgericht bewaren van de poederachtige sporen va het gietproces zorgen voor een sterk contrast en resulteren in een gevarieerd oppervlaktespel.

Naast de ruimtelijk uitgewerkte bronzen zien we ook een reeks reliëfs. Het lijken gesprekken tussen 2 of 3 bronzen lijnen. Vorm, oppervlaktestructuur, maar ook de relatie tussen de achterliggende muur en de parallelle vormen zijn zeer bepalend voor deze subtiele bronzen. Een vergelijking tussen de stenen en bronzen werken uit de jaren '96-'97 leert ons hoe een schijnbaar banaal gegeven van twee verticale vormen een beeldhouwster jarenlang in de ban kan houden en telkens opnieuw kan inspireren tot gevoelige en monumentale ensembles.

Bij een volgende stap zien we hoe de afstand tussen de onderdelen van een sculptuur opgegeven wordt. De tweeledigheid wordt verwerkt binnen een monoliet blok. De meest recente sculpturen in blauwsteen of Doornikse steen herinneren dan ook aan zuilvormen. We zien frontaal opgevatte blokken met in het midden een insnijding die door haar strengheid contrasteert met gevoelig bewerkte zijvlakken. Elders winnen de sculpturen aan ruimtelijkheid en lijkt het alsof 2 halfzuilen beslisten samen te spannen tot een stabiele zwijgende sculptuur. In deze reeks zet Klaar Cornelis resoluut de stap naar grotere formaten en bewijst meteen dat ze haar metier beheerst waardoor ze er zonder moeite in slaagt het karakter van de steen te ondersteunen.

Marie-Anne Gheeraert, kunsthistorica - mei 1999

Home
Werken